|
Onscherpte begrijpen en er mee spelen in de praktijk.
Een van de meest gestelde vragen tijdens de trainingen die wij geven is de vraag hoe bewegingsonscherpte kan worden voorkomen. Veel mensen denken onterecht dat een beeldstabilisator in de camera of in het objectief het antwoord is op hun probleem, en komen er vervolgens achter dat dit lang niet altijd zo is. De teleurstelling is dan groot als alle foto’s die tijdens een evenement gemaakt zijn, onscherp blijken te zijn.
Om onscherpte te begrijpen, moet u eerst begrijpen hoe een foto tot stand komt. De lichtgevoelige sensor van uw camera moet precies goed belicht worden. Om voldoende licht op de sensor te krijgen moet u zorgen dat er voldoende licht door de lens heen kan komen. Door het diafragma van uw objectief te knijpen, kan er minder licht door het objectief komen en moet u dus langer belichten om de juiste hoeveelheid licht op de sensor te krijgen. Er bestaat dus een relatie tussen de opening van het diafragma en de sluitertijd (de tijd die de camera gebruikt om de foto te nemen).Maar ook de lichtbreking van de lens is belangrijk voor het back of front focus onscherpte.
De scherptediepte of DOF wordt beïnvloed door 3 factoren:
o Hoe kleiner het diafragma hoe groter de scherptediepte
o Hoe kleiner de beeldafstand (hoe kleiner de brandpuntsafstand) hoe groter de DOF .
o Hoe groter de voorwerpafstand (voorwerp tot lens) hoe groter de DOF
Een andere oorzaak is de keuze voor een bepaald brandpuntsafstand. Veel mensen hebben de neiging om tijdens een evenement niet dichterbij te komen met de camera, maar juist in te zoomen. Door in te zoomen, maakt u de kans op een bewogen foto enorm veel groter dan wanneer u lekker in de groothoek stand blijft fotograferen. Stelt u het zich maar eens voor. In de groothoek stand is een kleine beweging door u of het onderwerp maar een kleine verplaatsing in het beeld, er zal dus niet veel onscherpte zichtbaar zijn. Wanneer u helemaal inzoomt met uw camera, zal een kleine beweging door u met de camera of door het onderwerp dat u wilt fotograferen ervoor zorgen dat bijna alle pixels in het beeld bewegen, en dat maakt dus dat u een groot gevoel van onscherpte krijgt.
Een andere oorzaak is het verkeerd vast houden van de camera.Om tijdens de beweging te gaan zoomen.je moet de lens en de autofocus van de camera ook tijd geven om scherp te stellen.
De zin van beeldstabilisatie
Ten onrechte denken veel mensen dat een beeldstabilisator het antwoord is op problemen met (te) lange sluitertijden. Dit is natuurlijk wel het geval voor het bewegingen die worden veroorzaakt van de camera, maar dit gaat absoluut niet op voor bewegingen die worden veroorzaakt door het onderwerp zelf.
Wanneer beeldstabilisatie gebruiken?
Bij statische opnames:
Beeldstabilisatie is vooral bedoeld voor het fotograferen van stilstaande beelden: stillevens, portret,landschappen,.
Wanneer de beeldstabilisatie uitschakelen?
Bewegende voorwerpen:
Ten gevolge van de beeldstabilisatie is de autofocus iets trager, het is dan ook beter om de beeldstabilistie uit te schakelen bij het fotograferen van bewegende onderwerpen.
Om van bewegende voorwerpen (spelende kinderen, sportfotografie,....) toch een scherp beeld te krijgen is het beter om de sluitersnelheid te verhogen (b.v 500/1250 sec), eventueel op een hogere ISO waarde indien de belichting problematisch wordt.
Laat de camera slechts op een beperkt aantal focuspunten focuseren, en zorg er voor dat het geselecteerde focuspunt op het bewegend onderwerp ligt en niet op de achtergrond. Kies voor focusmode: AF-C (continue focus)
Verder kun je met scherpte instelpunt (van lens afstand 0,5 meter tot 5 meter ) voor 70/200 mm F2,8 lenzen.Als je binnen deze afstand wilt fotograferen hou er rekening mee op onscherpte.Voordeel is dat je gewoon door het gaas kunt fotograferen zonder het te zien.
Een ander vorm van onscherpte zijn de weersomstandigheden van mist en regen incombinatie met het scherpstelpunt van de lens. Zie foto boven in waardoor de auto er bam uit de onscherpte komt.
Verder kun je met fototechnieken leuke dingen doen. Door op een onderwerp scherp te stellen daarbij zet je de AF (=AutoFocus) van de camera bij Nikon aan de zijkant in de M stand.Vergeet de lens ook niet in M stand te zetten.En dan draai je de scherpstel ring iets weg.links om is van je af. Rechts om is naar je toe.
Ook flitsen helpt om scherpe beelden te krijgen, een flits duurt maar 1-2ms, het beeld wordt dus "bevroren" op voorwaarde dat het omgevingslicht geen dominante belichting vormt
Zo zie je dat je zelf heel veel invloed op onscherpe beelden hebt, en dat beeldstabilisatie niet zoveel zegt.Maar wel de beheersing van techniek en materiaal kennis.
Tekst Wim Echten
|